NIEUWS
« Ga terug naar het folderoverzicht
Japanse encefalitis
Besmetting: Japanse encefalitis is een
virusinfectie die overgebracht wordt door muggen. Deze muggen steken net
als bij malaria in de avond en nacht. Een klein deel van de besmettingen
leidt tot ziekte. Bij gewone reizigers is de ziekte zeldzaam.
Waar
komt het voor?De infectie komt voor in grote delen van Azië. van India
tot en met Japan en ook in Maleisië, Indonesië en de Filippijnen.
De overdracht is in de meeste gebieden seizoensgebonden. In streken met een gematigd klimaat vinden de meeste infecties plaats in de zomer en het najaar. In de tropen is dat het geval in het regenseizoen, dat is grofweg van mei tot november. Er zijn ook gebieden waar de kans op besmetting het hele jaar aanwezig is. De aanwezigheid van het virus wisselt erg en is soms heel plaatselijk.
Infecties doen zich vooral voor op het platteland en aan de randen van steden, speciaal in rijstvelden en gebieden waar veel varkens gehouden worden.
De ziekte
Symptomen: Bij de meeste mensen verloopt de ziekte zonder symptomen of als een soort griep met koorts, spierpijn en hoofdpijn.
In ernstige gevallen ontstaan verschijnselen van hersen(vlies)ontsteking met hoofdpijn, braken en uiteindelijk coma en epileptische toevallen. De ziekte kan ook dodelijk verlopen.
preventie: Voor de gewone reiziger is het belangrijk zo min mogelijk door muggen geprikt te worden. Er gelden dus dezelfde adviezen als bij het voorkomen van Malaria.
- Gebruik middelen om muggensteken te voorkomen.
- Draag bedekkende kleding vooral ’s avonds.
- Zie voor verdere informatie over preventie de folders “Insectenwerende
middelen” en “het muskietennet”
Vaccinatie: De meeste gewone reizigers naar Azië hebben weinig kans op besmetting. Het grootste risico lopen mensen die langdurig op het platteland verblijven in een seizoen waarin de ziekte optreedt.
Voor hen is een vaccinatie aan te raden. Die voorkomt in tachtig tot
negentig procent van de gevallen de ziekte.
Een vaccinatie bestaat uit 3 injecties, op dag 0, dag 7 en dag 30. Kinderen jonger dan 1 jaar worden niet ingeënt.

