Gezondheid en zorg



« Ga terug naar het folderoverzicht

Rabies (hondsdolheid)

Voorkomen: Hondsdolheid komt in de hele wereld voor. Ook in landen als Turkije en Marokko loopt u risico.

Besmetting met het virus: Het virus bevindt zich in het speeksel van besmette zoogdieren zoals honden, katten, apen of vleermuizen. Het is niet altijd te zien of deze dieren besmet zijn. Het is in elk geval verdacht wanneer een dier onrustig of agressief is. Ook is het verdacht als een schuw dier dat niet meer is (dat lijkt juist zo leuk voor een foto).

Het virus wordt overgebracht door een beet, krab of lik van een besmet dier. Via wondjes in je huid of via de slijmvliezen (ogen, mond) dringt het virus het menselijk lichaam binnen. Eenmaal in het zenuwstelsel doorgedrongen, zal het virus hondsdolheid veroorzaken en is genezing niet meer mogelijk.

De ziekte

De verschijnselen van rabiës zijn rillingen, koorts, gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn. Daarna nekstijfheid, stuiptrekkingen en verlammingen. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en overlijdt.

Wat te doen bij mogelijke besmetting

Direct handelen na een beet, krab of lik van een mogelijk besmet dier is noodzakelijk. De wond moet direct goed worden schoongemaakt met veel water en zeep (minimaal 10 minuten) en daarna ontsmet worden met betadine of alcohol. Zo spoel je hopelijk een deel van de virussen uit de wond. Zoek snel medische hulp, het liefst binnen 24 uur. Neem contact op met je reisverzekering (alarmcentrale) of er een geschikt ziekenhuis is in het land waar je bent. Soms betekent het een snelle terugkeer naar Europa. 

Ben je niet tegen rabiës gevaccineerd dan is er namelijk snel een injectie in de wond met antiserum (MARIG) nodig. Dat is nauwelijks verkrijgbaar buiten de westerse wereld. Ook zijn ook nog een aantal extra rabiësvaccinaties nodig. 

Als je vooraf wel bent gevaccineerd moet je ook snel behandeld worden met extra rabiës vaccinaties, maar je hebt dan niet het moeilijk verkrijgbare antiserum (MARIG) nodig. 

Preventie

Om de kans op besmetting te verkleinen is het volgende van belang:

  • Vermijd contact met zoogdieren (met name honden en apen)
  • Pas op in grotten voor vleermuizen, die bijten als ze zich bedreigd voelen.
  • Raak zeker geen zieke of dode dieren aan
  • Let vooral op bij kleine kinderen die over de grond kruipen en zo gemakkelijk met honden en katten in contact kunnen komen.
  • Voor de reis vaccinatie tegen rabiës.

Vaccinatie

Vaccinatie (2 injecties met een week tussenpauze of 3 injecties in 3 tot 4 weken tijd of bij een reiziger met een afweerstoornis) is aan te bevelen bij een reis langer dan 3 maanden naar landen met een hoog risico. Ook als je regelmatig reizen naar een hoog risicoland maakt is een vaccinatie aan te bevelen. Het voordeel van vaccineren is zo groot dat we ook mensen die regelmatig korte reizen maken adviseren na te denken over een vaccinatie. Zoals gezegd, bij een mogelijke besmetting is je vakantiereis voorbij. Je moet snel naar een groot ziekenhuis vaak uren vliegen of je moet zelfs onmiddellijk terug naar huis. Ook kosten de dan noodzakelijke injecties honderden euro's en worden niet vaak vergoed. 

Er zijn reizigers die meer risico op besmetting lopen en die we dus ook adviseren zich te laten vaccineren:

  • Personen die gaan werken in de risicolanden en intensief met zoogdieren in aanraking komen. Dit zijn bijvoorbeeld dierenartsen of biologen.
  • Fietsers en grotonderzoekers hebben meer kans gebeten te worden door honden of vleermuizen. 

Bescherming

Na een serie van 2 of 3 vaccinaties is er 2 jaar een optimale bescherming. Er is levenslang geen antiserum meer nodig. Soms is het verstandig om nog een herhalingsprik te krijgen zodat de bescherming weer 2 jaar optimaal is. 

Bij mensen met een afweerstoornis kan door bloedonderzoek bekeken worden of er voldoende afweerstoffen zijn aangemaakt. Er zijn dan altijd 3 vaccinaties nodig.