Gezondheid en zorg



« Ga terug naar het folderoverzicht

B(of)M(azelen)R(ode hond)

In Nederland krijgen alle kinderen sinds 1987 een BMR vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar. Daarvoor was er al een vaccinatie tegen alleen de mazelen (vanaf 1976). De vaccinaties geven een levenslange bescherming.

Bij (tropen) reizen is de vaccinatie dus bijna nooit nodig. Alleen de ziekte mazelen is voor reizigers van belang. Reizigers geboren na 1976 zijn dus bijna allemaal gevaccineerd en mensen die voor voor 1965 geboren zijn hebben vrijwel allemaal de mazelen gehad.

Voor een vaccinatie komen in aanmerking:

  • Reizigers geboren na 1965, die geen mazelen hebben gehad en nooit zijn ingeënt.
  • Kleine kinderen jonger dan 14 maanden, die nog niet zijn ingeënt, kunnen vervroegd ingeënt worden. Dit mag vanaf 6 maanden. Dit kan geadviseerd worden bij een reis naar een land waar mazelen veel voorkomt. 

De ziekten

De bof is een virus infectie. Er is meestal lichte koorts en een gezwollen kaak, doordat één van de speekselklieren is ontstoken. Een ernstige maar zeldzame complicatie is een ontsteking van de hersenvliezen (meningitis) of de hersenen zelf (encefalitis). In sommige gevallen kan een zaadbalontsteking of een ontsteking van de eierstokken optreden.

Mazelen is een zeer besmettelijke ziekte die gepaard gaat met hoge koorts, hoesten, een loopneus, geïrriteerde ogen en jeukende uitslag. Complicaties van mazelen kunnen zijn: 

  • een middenoorontsteking,
  • een longontsteking
  • een ontsteking van de hersenen (encefalitis).

In ontwikkelingslanden komt mazelen nog veel voor en is het een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen. 

Rodehond of Rubella wordt gekenmerkt door een rozerode uitslag, lichte koorts en lymfeklierzwellingen. Deze komen vooral in de hals voor. Als een vrouw vroeg in de zwangerschap rodehond krijgt, kan de baby ernstig beschadigd worden ( blind of doof, hartafwijkingen en/of een verstandelijke handicap) In Nederland zijn meisjes geboren vanaf 1961 ingeënt tegen rodehond.

Preventie:  

Een BMR-vaccinatie. Het is een verzwakt levend vaccin.

De vaccinatie mag niet gegeven worden bij:

  • Een allergie voor kippen-eiwit.
  • Een afweerstoornis door een ziekte of door het slikken van afweer onderdrukkende medicijnen.
  • Zwangere vrouwen. Vrouwen moeten ook voorkomen dat ze in na een BMR-vaccinatie binnen een maand zwanger worden omdat de baby dan gevaar loopt.
  • Borstvoeding. Hierbij wordt de vaccinatie liever niet gegeven, maar het doormaken van de ziekte mazelen geeft zoveel risico dat de moeder toch gevaccineerd wordt bij een reis naar een land met een hoog risico op mazelen.